Fotografie voor beginners
De website wordt niet meer actief bijgehouden. Lees hier meer.

Belichtingscompensatie

Het is een functie op een camera die vaak niet gebruikt wordt, leert mijn ervaring. Het is juist een van de handigste functies omdat je hiermee bewust de belichting van de foto kan beïnvloeden. Met belichtingscompensatie kun je een foto bewust overbelicht of onderbelicht maken, als creatief effect of om een situatie zo realistisch mogelijk vast te leggen.

De foto van dit artikel had niet zonder belichtingscompensatie gemaakt kunnen worden. De foto is in een pikkedonker bos gemaakt met de kaars als enige bron van licht. De foto is gelukt omdat de belichtingscompensatie op -2 was ingesteld, het maximale van de Canon EOS 500D.

Een voorbeeld van belichtingscompensatie: onderbelichten
Belichtingscompensatie: De foto is bewust onderbelicht om de sfeer van dat moment vast te leggen.

Ik heb er een heel eenvoudig ezelsbruggetje voor bedacht: Voor langere belichting doe je + (je voegt licht toe), voor kortere belichting doe je (je laat licht weg)

Wat doet belichtingscompensatie?

Belichtingscompensatie beïnvloedt de sluitertijd. Stel dat je in het bos staat en je wil een foto maken van een bospad. Het is bewolkt en daardoor is er minder licht dan gewoonlijk. De sluitertijd gaat naar beneden (langere sluitertijd dus kans op bewegingsonscherpte!) en als je de foto hebt gemaakt dan zie je direct dat het licht heel flets is. Totaal niet zoals het op dat moment is!

Hier komt belichtingscompensatie om de hoek. Door belichtingscompensatie op -1 te zetten kun je de camera een langere sluitertijd laten kiezen. Je haalt met -1 namelijk 2x een langere sluitertijd.

Uitgelegd aan de hand van een voorbeeld:

Je stelt de camera in op f/3.5 met ISO 400 en een brandpuntsafstand van 50 mm. De sluitertijd bedraagt 1/25e van een seconde en dat is te lang. Door belichtingscompensatie op -1 te zetten, kan de camera de sluitertijd met 2 stops verhogen! Dat betekent geen sluitertijd van 1/25, 1/30 of 1/40, maar 1 van 1/50e! Precies genoeg om aan de minimale sluitertijd regel te voldoen.

Dit betekent wel dat de foto donkerder wordt, maar dat is helemaal geen probleem als het de bedoeling is om de foto net zo te maken als in de realiteit.

‘s Avonds

‘s Avonds is er minder licht en foto’s (gemaakt zonder flits) kunnen al gauw bewogen en onscherp worden. Ook hier kun je belichtingscompensatie goed gebruiken. Door de belichtingscompensatie op een negatieve waarde te zetten krijg je een donkere foto, precies zoals het in het echt ook zou zijn!

Maak maar eens een foto van een zonsondergang met en zonder belichtingscompensatie en kijk daarna welke jij het mooiste vindt.

Sneeuw of tegenlicht

Bij sneeuwfotografie is het belangrijk dat je overbelicht, omdat het licht sterker is dan de camera gewend is. Zonder belichtingscompensatie zouden alle foto’s te donker zijn, daarom moet je de camera instellen op +0.7 of zelfs +1. Zo dwing je de camera om de sluitertijd langer te maken zodat de sneeuw weer wit wordt in plaats van grijs.

Bij tegenlicht kan de camera ook de verkeerde waarde meten. Het voorwerp wordt dan te donker en gaat verloren in het licht van de achtergrond. Ook hier kun je dan de belichtingscompensatie instellen op een + waarde. Welke waarde, dat is afhankelijk van de situatie.

Om te onthouden!

Nog eenmaal het ezelsbruggetje:

  • Moet de foto donker zijn, dan haal je er licht vanaf. Stel de belichtingscompensatie dan in op een negatieve waarde, bijvoorbeeld -1, -1 1/3 of zelfs -2 als het heel donker is.
  • Moet de foto lichter zijn, dan doe je er licht bij. Stel de belichtingscompensatie in op een positieve waarde. Doe dit met sneeuw of tegenlicht.

Moderne camera’s kunnen tot 2 à 3 volledige stops over- of onderbelichten! Genoeg om met veel of weinig licht nog een goede foto te kunnen maken.