Fotografie voor beginners
De website wordt niet meer actief bijgehouden. Lees hier meer.

Scherptediepte – Wat is het?

Scherptediepte (of Depth of Field) is het gebied in een foto wat scherp is. Volgens Wikipedia: “Het geeft de afstand aan tussen de dichtstbijzijnde en verste punten die scherp worden afgebeeld“. Alles tussen dit dichtstbijzijnde en verste punt komt scherp op de foto. Scherptediepte wordt bepaald door het type lens wat gebruikt wordt, het ingestelde diafragma, de brandpuntsafstand van de lens en de gevoeligheid van de sensor, uitgedrukt in ISO-waarde.

De lens

Het brandpuntsafstand bepaald onder andere de afstand van de scherptediepte op een foto. Een groothoeklens heeft een veel grotere scherptediepte dan een telelens. De telelens zal een kleinere scherptediepte hebben omdat deze erop gebouwd is om een onderwerp dichterbij te halen en niet om een foto van voor tot achter haarscherp weer te geven.

Dat vraagt om een enorm klein diafragma wat voor een grotere scherptediepte zorgt, maar ook voor een hele lange sluitertijd.

Het diafragma

Het diafragma bepaald hoeveel licht er naar de sensor gaat. Mag er veel licht naar de sensor, dan is de sluitertijd kort (snel) waardoor er weinig tijd is voor licht om op de sensor te vallen. Grote delen van de foto zullen (gedeeltelijk) onscherp zijn. Alleen het gebied waarop scherpgesteld is zal scherp worden vastgelegd.

Er is dan weinig scherptediepte zoals goed te zien is op onderstaande foto.

Weinig scherptediepte (Depth of Field)
Diafragma f/2, ISO 200, 1/640 met Canon EF 35mm f/2

Voor foto’s van landschappen is veel scherptediepte belangrijk omdat alles op de foto haarscherp moet zijn. Daarom is een diafragma van f/16 of iets hoger niet ongewoon.

Maak het diafragma niet te klein door bijvoorbeeld f/22 te kiezen. De lens wordt bij een te hoog diafragma weer minder scherp en er kunnen vervelende lichteffecten verschijnen op de foto.

ISO gevoeligheid

Ook de lichtgevoeligheid van de sensor bepaald de scherptediepte. Is de ISO op 100 ingesteld dan zal de camera het licht wat binnenkomt, niet versterken. Bij een lage ISO gevoeligheid moet voldoende licht zijn, of een groot diafragma (klein f-getal) om genoeg licht te verkrijgen voor een goede sluitertijd en de gewenste scherptediepte.

Als de ISO op 1600 is ingesteld dan betekent dat dat de sensor het binnenkomende licht gaat versterken. Hierdoor kun je kans krijgen op ruis, maar het levert wel een korte sluitertijd op. Dat maakt de scherptediepte ook kleiner omdat de belichtingstijd korter is geworden.

Conclusie

De scherptediepte wordt bepaald door de lens, het diafragma en de ingestelde lichtgevoeligheid van de sensor. Vooral het diafragma en de gevoeligheid van de sensor hebben invloed op de sluitertijd. En de sluitertijd bepaald hoe lang er licht op de sensor kan vallen.

Als er meer licht op de sensor valt over een langere tijd, dan zal de scherptediepte groter worden. Valt er veel licht op de sensor in een korte tijd, dan zal de scherptediepte kleiner worden.